Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Actueel

Persberichten en nieuws van en over de vereniging vind je hier. Zelf een bericht delen met je collega’s? Ook dat kan.

« Terug naar zoekresultaten

Tweede correctie

15 juni 2015 | René van der Drift | 0 reactie(s) Artikelen uit de scholen | Scholen

Het circus rond de tweede correctie is weer begonnen. Examens van bedenkelijke kwaliteit – er waren dit jaar meer correcties en aanvullingen dan ooit – worden voorzien van CITO correctiemodellen die “te allen tijde gevolgd dienen te worden”. Nou ja, voor zover die antwoorden stroken met de uitkomsten van de landelijke examenbesprekingen van zo ongeveer alle examenvakken. 

Kon in het verleden nog worden volstaan met enkele opmerkingen die de bandbreedte van het normantwoord aangaven en gedeeltelijk juiste antwoorden van een dito score voorzagen, tegenwoordig vormen deze kanttekeningen een lijvig boekwerk van aanvullingen, dat weliswaar geen officiële CITO-status heeft, maar in de praktijk als leidraad bij de correctie wordt gebruikt. Het gaat immers om de punten, de scores  die niet mogen afwijken van het landelijk gemiddelde en er liefst boven moeten zitten.

Vorig jaar beklaagde een collega Nederlands zich over het feit dat hij in de voorbije jaren steeds het CITO-correctiemodel gevolgd had, maar bij de tweede correctie bemerkte dat zijn vakgenoten in den lande zich bij twijfel op het verslag van de examenbespreking van Levende Talen beriepen en daarmee aanmerkelijk beter scoorden. Om zijn eigen leerlingen niet te duperen voelde hij zich gedwongen om voortaan hetzelfde te doen. 

Mogelijk was hij de laatste der Mohikanen. We kunnen en mogen niet langer alleen vertrouwen op de beperkingen van het officiële CITO-model, omdat andere vakcollega’s zich op de alternatieven in het LT-verslag beroepen en diezelfde ruimte nemen bij de tweede correctie van andermans werk. 

Correctie middels toepassing van een N-term biedt hierin geen oplossing. Integendeel. Ik ken collega’s die de  scores in WOLF noteren op basis van hun correctie volgens het CITO-model en die verzenden, waarna ze met het LT-verslag  diezelfde scores nog eens “verfijnen” alvorens het stapeltje naar de tweede corrector gaat. Zo toucheren ze een maximale score, gebaseerd op een te ruime N-term en een doorgaans wat ruimhartiger LT-nakijkmodel. 

De race om een bovengemiddelde score leidt tot manipulatie en argwaan. Ik ken collega’s die hun examenwerk pas verzenden nadat ze de tweede correctie van hun collega van een andere school hebben ingezien, zo bang is men voor te grote verschillen. En wat te denken van de bestraffende en wantrouwende houding bij de tweede corrector, die – mogelijk geschrokken van het verschil tussen het eigen gemiddelde en dat van zijn collega – bij de correctie alleen maar op zoek gaat naar mogelijke bevoordeling en uitsluitend voorstellen doet die tot puntenaftrek leiden? Zou u op deze manier met een vakcollega uit uw sectie een toets van een van uw leerlingen bespreken? Als gevolg van een hoog oplopend conflict tussen eerste en tweede corrector moest een school dit jaar de examenuitslag met een dag uitstellen. 

Wie te liberaal of met compassie het werk van anderen beoordeelt, benadeelt indirect zijn eigen leerlingen en wie te streng corrigeert, doet het omgekeerde. En steeds is er het deplorabele verschil tussen het officiële CITO-model en de alternatieven uit het verslag, waarbij Levende Talen steeds meer de orakelstatus krijgt. Dit jaar meende Levende Talen het CITO-model voor vwo te moeten verfijnen door te verordonneren dat ‘internetgebruikers’ als doelgroep een te specifieke aanduiding  is. Liever zag men hier `lezers van de Groene Amsterdammer’, `burgers’ of `hoger opgeleiden’ als antwoord. Nadat ik was uitgelachen, heb ik deze richtlijn bewust genegeerd. Ik ben namelijk nog steeds van mening dat ‘internetgebruikers’ in algemene zin tegenover de ondernemers uit het tekstfragment een prima aanduiding is. De onbeschaamdheid dat ik deze bepaling (“Het is niet juist, want dat staat in het verslag!”) wenste te negeren en hierin de niet-specifieke aanduiding van CITO wilde volgen heeft mijn tweede corrector zeker nog wat extra grijze haren bezorgd. 

Is er nu werkelijk voor deze wildgroei geen fatsoenlijke oplossing te bedenken? Ik doe een poging. Waarom niet een voorlopig antwoordmodel opstellen dat pas na aanvulling met de belangrijkste richtlijnen van LT een definitieve status krijgt? Aldus zou iedere collega hetzelfde model hanteren en zouden alle eindeloze discussies over de juistheid of onjuistheid van een gegeven antwoord tot het verleden behoren. Dan kan ook de premature, gemanipuleerde vaststelling van de N-term  in de prullenbak. En als we dan toch bezig zijn, zouden we dan in plaats van het onzalige voorstel van staatssecretaris Sander Dekker om met ingang van volgend jaar de correctievolgorde om te draaien – een voorstel waar het wantrouwen van afdruipt en dat tot nog meer discussie en willekeur en argwaan zal leiden - niet beter het examenwerk in handen kunnen geven van twee anonieme, onpartijdige vakcollega’s?

René van der Drift
Rodenborch-College Rosmalen

Artikelen uit de scholen

Plaats zelf een artikel!
Wil jij jouw verhaal delen met collega’s? Heb je een tip of wil je je mening kwijt? OMO biedt jou graag een platform. Hier kun je je artikel plaatsen. Ook kunnen collega’s op jouw artikel reageren.
Bekijk alle 154 bijdragen

Artikel plaatsen Waarom een artikel plaatsen?

0 reactie(s)

Plaats je reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.