Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Actueel

Persberichten en nieuws van en over de vereniging vind je hier. Zelf een bericht delen met je collega’s? Ook dat kan.

« Terug naar zoekresultaten

Parijs: en nu? Fraai staaltje actuele pedagogiek

15 december 2015 | | 0 reactie(s) Artikelen uit de scholen | Overige berichten | Onderwijs | Scholen | Medewerkers

Dr. Bill Banning – theoloog en onderwijspedagoog
(docent d’Oultremontcollege & levensbeschouwelijk dentiteitsbegeleider katholiek basisonderwijs SCALA)

Twee brandende vragen:

- Kunnen moslims en christenen nog wel door één deur?

- Kunnen we godsdiensten niet beter afschaffen?

Vooraf 

Hierbij een artikel dat ondergetekende geschreven heeft na de vele klassengesprekken met leerlingen op basisscholen en op het d’Oultremontcollege naar aanleiding van de aanslagen in Parijs (en in het verlengde daarvan de IS-problematiek). 

Mijn leerlingen vwo 5 vroegen na zo'n les: "Meneer, hoe denkt u daar nou over? En hoe kijkt de katholieke kerk daar nou tegenaan?". Toen heb ik hen beloofd daar op terug te komen in de volgende les. Het bijgaande artikel is het huiswerk dat ik voor die les heb gemaakt. De leerlingen - vwo 5, vwo 4 en havo 4 - hebben het zeer geïnteresseerd gelezen (vwo 5 zag ik nog nooit zo aandachtig een tekst lezen) en waren zeer te spreken. Als verwerking schreef ieder zijn mening bij drie zinnen van de verschillende paragrafen. Daarover gingen ze in groepjes met elkaar in gesprek en brachten hun gezamenlijke mening in de klas voor het voetlicht. Deze lessen liepen als een trein. Zowel de niet-gelovige, islamitische als katholieke leerlingen waardeerden het enorm (dit gold en geldt evenzeer voor de vele gesprekken met islamitische medewerkers). Hetzelfde geldt ook voor de vele gastlessen rond godsdiensten & geweld in groepen 7 en 8 op diverse basisscholen.

Inleiding

Vanwege de aanslagen die IS pleegt in naam van de islam (zoals recentelijk in Parijs), komen veel moslims in het verdomhoekje terecht. Meisjes met hoofddoekjes worden soms uitgescholden, moskeegangers worden soms weggehoond. Maar ook christenen en überhaupt alle gelovigen komen in het verdomhoekje, want steeds vaker hoor je de oude kreet: “Laten we alle godsdiensten afschaffen, dan hebben we ook geen godsdienstoorlogen en terroristen meer”. 

In deze bijdrage wil ik drie dingen naar voren laten komen.

1) Een meer fundamentele visie geven op de relatie van christenen (bijvoorbeeld katholieken) en moslims. En wel vanuit het meest gezaghebbende document van katholieken: het Tweede Vaticaans Concilie.

2) Laten zien wat ondergetekende concreet als leraar (voortgezet onderwijs) en als levensbeschouwelijk identiteitsbegeleider heeft gedaan om leerlingen te begeleiden bij de zeer hectische ontwikkelingen van de laatste weken / maanden / jaren.

3) Ten derde wil ik uitwerken hoe godsdiensten soms inderdaad tot een verheviging van gevoelens kunnen leiden en daarmee ook tot godsdienst(waanzinnige)oorlogen. Tegelijkertijd wil ik daarbij twee zaken verhelderen. 

A. Godsdienst kan – juist vanwege de verheviging van gevoelens – ook leiden tot een intens positieve inzet voor de samenleving. 

B. Ook wil ik duidelijk maken dat het een dubbele illusie is te denken dat het afschaffen van godsdienst zal leiden tot het verdwijnen van geweld uit de wereld. 

Ten slotte sluit ik af met een pleidooi voor werkelijke extase en vernieuwing.

Punt 1: de relatie tussen christenen en moslims

Sommige politici en burgers doen nogal heftige uitspraken over Islam en Koran (waarbij het de vraag is in hoeverre zij de geschiedenis en de leer van de islam echt kennen). Het katholieke Tweede Vaticaans Concilie laat zich veel positiever uit over de moslims en andersgelovigen. In de officiële verklaring 'Nostra aetate' ( ‘In onze tijd…’) spreekt de kerk zich uit over de houding tegenover de niet-christelijke godsdiensten.

Allereerst ziet de Kerk het als haar taak om in een globaliserende wereld de eenheid en liefde tussen de mensen en volken te bevorderen. Daartoe moet vooral gekeken worden naar wat mensen gemeen hebben en wat leidt tot werkelijk samenleven. En wel in het besef dat wij allen dezelfde grote levensvragen delen. In die lijn laat de Kerk zich bijvoorbeeld positief uit over het Hindoeïsme dat speurt naar het goddelijk mysterie en zoekt naar bevrijding.

De houding tegenover de Islam is nog positiever. Ik citeer: “De Kerk beschouwt met hoogachting de moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij trachten zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren zij Hem toch als profeet, en zij eren zijn maagdelijke Moeder Maria, die zij soms zelfs met godsvrucht aanroepen. Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, waarop God de mensen zal doen verrijzen en hun zal vergelden naar werken. Daarom staat een hoogstaand zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God, vooral door gebed, aalmoezen en vasten”. 

Het Concilie gaat echter nog verder: “Mogen ook in de loop der eeuwen tussen Christenen en Moslims veel onenigheid en vijandschap zijn voorgekomen, de heilige Synode spoort thans allen aan het verleden te vergeten, zich ernstig toe te leggen op wederzijds begrip, en gemeenschappelijk de sociale rechtvaardigheid, de zedelijke waarden, de vrede en de vrijheid te verdedigen en te bevorderen in het belang van alle mensen”.

Er is dus fundamenteel gezien geen enkele reden om moslims te wantrouwen vanuit hun geloof. Het probleem is echter dat de islam geen duidelijk leergezag heeft (zoals de katholieke kerk bij monde van de bisschoppen onder leiding van de paus). Daardoor kunnen individuen en groepen gemakkelijk roepen dat iets ‘islamitisch’ oftewel ‘des moslims’ is, zonder dat een centraal leergezag daartegen protesteert. Ook heeft er in het verleden wel eens een vermenging van geloof en plaatselijke cultuur plaatsgevonden, waardoor in Afrika iets afschuwelijks als vrouwenbesnijdenis tot kenmerk van de islam gemaakt werd (zonder dat daarvoor ook maar één aanwijzing in de Koran staat). 

Sterker nog, IS kan zich bijna straffeloos IS noemen: Islamitische Staat. Vrijwel alle moslims in de wereld zijn het niet eens met IS en haar criminele / terroristische / mensonterende praktijken, maar toch is er geen wereldwijde instantie die daar officieel stelling tegen neemt (en wel omdat zo’n instantie ontbreekt). En dat is bijzonder triest, omdat juist hierdoor moslims geassocieerd worden met IS (al is dat vrijwel altijd ten onrechte).

Punt 2: Activiteiten rond Parijs, Madrid, Irak, Syrië, Londen 

In deze paragraaf legt ondergetekende verantwoording af van wat hij concreet als leraar (voortgezet onderwijs) en als levensbeschouwelijk identiteitsbegeleider heeft gedaan om leerlingen te begeleiden bij de zeer hectische ontwikkelingen van de laatste weken / maanden / jaren. Want hoe geef je – in samenwerking met scholen – vorm aan het bovengenoemde respect voor elkaar en aan het groeien naar wederzijds begrip?

Als identiteitsbegeleider PO mag ik regelmatig gastlessen geven in de groepen 1 tot en met 8 (naast teamoverleg). De laatste tijd heb ik gemerkt dat met name moslimleerlingen onder sociale druk staan. Bovendien hebben niet-islamitische leerlingen vele vragen over de islam en hoe met moslims om te gaan. In gesprek en verhaal heb ik deze kwesties bespreekbaar proberen te maken; bovendien heb ik daarbij nieuwe perspectieven geboden. Zo kwam in klassen ter sprake of a) moslims altijd terroristen zijn of anders gesteld: of b) terroristen altijd moslims zijn? Het antwoord lijkt voor de hand te liggen, maar moet toch geëxpliciteerd en bekrachtigd worden vanuit diepe en veelzijdige inzichten. Wat betreft vraag a): nee, moslims zijn lang niet altijd terroristen, sterker nog, maar een héél, héél, héél klein deel van de meer dan een miljard moslims ter wereld gedraagt zich terroristisch. Wat vraag b) betreft: nee, terroristen kunnen heel goed andere mensen zijn, gelovig en ongelovig. Wat dat betreft hebben de meeste mensen een kort geheugen: ik herinner me althans de shock van de RAF, de Rote Armee Fraktion in Duitsland, een niet-gelovige, maatschappijkritische groep die bommen plaatste en hooggeplaatsten ontvoerde: Duitsland was in shock in de jaren zeventig! Ook herinner ik me de IRA uit Noord-Ierland: een stelletjes doorgeslagen katholieken die als de gevaarlijkste terroristen bekend stonden. Om over de kruistochten en de slavenhandel maar te zwijgen…

Vervolgens stelde ik in klassen de vraag: vertrouwen jullie deze katholieke meneer Bill nog wel? Gelukkig was het antwoord steeds bevestigend. Vervolgens kon ik stellen dat ik ook alle moslim-leerlingen en hun ouders van harte vertrouw. In de 20 jaar dat ik hier in deze streek mag werken heb ik vele islamitische kinderen en hun ouders leren kennen, waarderen en vertrouwen – ook in verschillende moskeeën mochten wij als school te gast zijn! En gelukkig is dat vertrouwen over en weer.

Op (vrijwel) alle scholen in onze regio is een minuut stilte gehouden. Op het d’Oultremontcollege legde onze directeur mevrouw drs. L. Kooij nadrukkelijk het verband met andere aanslagen en het groeiende geweld in de wereld. Haar toespraak werd zeer gewaardeerd. In een aantal klassen hebben we gepraat over Parijs en wat dat met ons deed en doet. Helaas waren er die week ook proefwerken. Om daar een mouw aan te passen heb ik leerlingen gevraagd hun ervaringen / mening op te schrijven op het einde van het proefwerk. De verhalen die ik daar las raakten me diep. Gelukkig waren alle verhalen en meningen heel evenwichtig en reëel, maar je voelt het verdriet en vaak ook de angst in en tussen de regels. Veel autochtone leerlingen gaven aan het heel erg te vinden dat moslims aan worden gekeken vanwege de aanslagen. Hier kan ik geen citaten geven, omdat ik geheimhouding heb toegezegd.

Ook heb ik op veel scholen een prachtig en inspirerend verhaal verteld over een revolutionaire ontmoeting. De ontmoeting namelijk tussen de katholieke (en later heilig verklaarde) bedelmonnik Franciscus van Assisi (ja, die van Dierendag en 4 oktober) en de Egyptische moslimsultan Malek al-Kamil  in Damiate in Egypte (1219) tijdens de vijfde kruistocht. Franciscus ging ongewapend naar de woeste sultan toe. De sultan vond het bespottelijk dat de christenen zo’n mug op hem afstuurden. Maar toen Franciscus dichterbij kwam, liet de sultan zijn kromzwaarden vallen, liep op hem af en omhelsde hem. Sterker nog, de sultan nodigde Franciscus bij hem aan tafel uit en beloofde hem – omwille van deze lieve, échte christen, geen geweld meer te gebruiken tegen de christenen (tenzij om zich te verdedigen, mocht hij toch aangevallen worden). Na de maaltijd kreeg Franciscus de kostbare gouden en met edelstenen bezette drinkbeker van de sultan als herinnering mee. De andere christenen en de andere moslims begrepen er niets van. Franciscus bleef nog een tijd en toen was er een wapenstilstand. Later moest Franciscus weer weg en toen brak er helaas weer een oorlog uit: de christenen vielen aan, veroverden na een lange strijd het kasteel en de sultan werd omgebracht…

Zeven jaar later stierf Franciscus, broodmager en uitgeput, maar met een glimlach op zijn gezicht. Als je in Assisi komt (Midden-Italië), de plaats waar hij begraven ligt, dan kun je aan de voorkant van de kerk een klein museum vinden. Daar liggen de twee monnikskleden van Franciscus bewaard. De rijke koopmanszoon die kamers vol met de meest kostbare kleren had (hij was dé ´yup´ van zijn tijd’) droeg de laatste 20 jaren van zijn leven alleen maar een eenvoudig monnikskleed, een pij. Ook kun je in dat museum de beker zien die hij van de sultan gekregen had. 

Tot op de dag van vandaag vertellen moslims en christenen het verhaal door over deze prachtige ontmoeting tussen een christen en een moslim. Dit verhaal laat zien dat moslims en christenen heel goed kunnen samenleven. Ze geloven in dezelfde God, die alles geschapen heeft en iedereen die spijt heeft wil vergeven. Een God van vrede. Daarom zeggen christenen als groet: Vrede zij u en moslims: Salaam (wat hetzelfde betekent).

In menige klas hebben we als afsluiting geluisterd naar het beroemde gebed om vrede van Sint Frans: Heer, maak mij tot een instrument van uw liefde: laat me liefde brengen waar haat is, waar belediging is vergeving…

Punt 3: godsiensten leiden tot een verheviging van gevoelens

In deze paragraaf wil ik de vraag bespreken of godsdiensten maar niet beter kunnen worden afgeschaft. Daarbij besteed ik aandacht aan drie zaken. A) Godsdienst maar afschaffen? B) De waarde van religie C) De illusie te denken dat afschaffen van religie leidt tot het verdwijnen van geweld uit de wereld.

A) Godsdiensten afschaffen? Gezien de vele kruistochten met regelmatig barbaarse praktijken en IRA-terroristen lijkt het voor de hand te liggen in elk geval de katholieke kerk haar bestaansrecht te ontzeggen. Gezien de vele aanslagen in naam van de islam lijkt dat ook het geval te zijn voor de islam. En laatst hoorde ik dat er ook Hindoefundamentalisten zijn die gewelddadig handelen propageren. Zouden we niet beter af zijn zonder godsdienst (afgezien van de vraag of je godsdienst überhaupt de wereld uit zou kunnen krijgen, de Sovjets is het in elk geval niet gelukt)?

Misschien verwacht de lezer het niet van ondergetekende, maar ik ben me ervan bewust dat religie een gevaarlijk en soms explosief mengsel is. Maar moeten we vuurwerk dan ook maar verbieden omdat er van kruit ook bommen worden gemaakt? Religie is gevaarlijk omdat het leidt tot een verheviging van gevoelens, ook – wat dit onderwerp betreft – van negatieve gevoelens. Gevoelens (al dan niet terecht) van afwijzing, achterstelling, uitbuiting, onderdrukking hebben sowieso een negatief effect op de menselijke persoonlijkheid en op het gedrag van mensen en groepen; dergelijke gevoelens kunnen voor aanslagen zorgen, in het klein en in het groot (van pesten in de klas en op het werk tot bijv. de RAF). Maar gecombineerd met religie slaat de vlam pas echt in de pan: zeker als die religie (of mensen die zich uitgeven als vertegenwoordiger van die religie) beweert dat je een martelaar in naam van God wordt en de hemel gaat verdienen met je aanslag. Tja, dan is het eind helemaal zoek. Diep en diep triest en tragische realiteit helaas (overigens verbiedt de Koran zelfmoord, maar ja, overal is een mouw aan te passen; ook de Bijbel kun je altijd in je eigen straatje uitleggen zoals de christelijke slavenhandelaren en apartheid-denkers eeuwen gedaan hebben).

Juist daarom is het van doorslaggevend belang dat kerken, moskeeën en Hindoeleiders expliciet en onomwonden, met het hoogste gezag en met de macht van het getal (in naam van zoveel mogelijk aanhangers) het religieuze geweld veroordelen als niet-katholiek, niet-islamitisch, niet-hindoeïstisch. Wat dat betreft mogen we een voorbeeld nemen aan de burgemeester van Rotterdam Aboutaleb.

 B) De waarde van godsdiensten voor de samenleving. Juist vanwege de verheviging van gevoelens die religie teweeg kan brengen kan religie óók leiden tot een intens positieve inzet voor de samenleving. De bovengenoemde Sint Frans en zijn inspirator Jezus zijn daar voorbeelden van. Maar ook in onze streken en tijden: wat te denken van de Tilburgse Peerke Donders die de verstoten melaatsen ging helpen in het oerwoud van Suriname of van de Belgische pater Damiaan? Wat te denken van Moeder Teresa en al haar broeders en zusters? Of van de broeders en zusters die vanaf midden negentiende eeuw in Drunen, Elshout en Haarsteeg de zorg voor (psychisch) zieken, bejaarden en het onderwijs – geheel belangeloos pro Deo – op zich namen? Sociologisch onderzoek wijst uit dat kerkgangers een bovengemiddelde bijdrage aan de samenleving leveren met vrijwilligerswerk en bestuurlijk-politieke inzet? Tja, waar haalt Abraham / Ibrahim de mosterd vandaan? Dat vraagt zelfs een atheïst als de beroemde filosoof Jurgen Habermass zich af en hij pleit ervoor respect te hebben voor de inbreng van de kerken in de concrete samenleving.

Ook bij de islam zorgt de zakaat, het gebod van de naastenliefde ervoor dat mensen in nood geholpen worden. Was het geen moslim die de Nobelprijs van de vrede ontving voor een vernieuwend economisch leen-model, een model waar koningin Maxima mee werkt?! Wat denkt u van Dr. Moller (OMO) en Dr. Cobbenhagen (Tilburg University) die zo’n eeuw geleden ijverden voor middelbaar en hoger onderwijs? De eerste wilde priester worden, maar ook trouwen, dus werkte hij met religieuze overgave en bezieling aan het opzetten van onderwijs in Brabant. Cobbenhagen moest als priester van zijn bisschop economie studeren in Rotterdam om later de Economische Hogeschool op te zetten!

C) Een dubbele illusie. Tenslotte wil ik duidelijk maken dat het een dubbele illusie is te denken dat het afschaffen van godsdienst leidt tot het verdwijnen van geweld uit de wereld. 

Ten eerste is het een illusie omdat het nooit zal lukken om religie de wereld uit te krijgen. En als dat niet lukt, kun je er maar beter goed mee leren omgaan (een hamer moet je ook niet weggooien, omdat er wel eens iemand zijn hoofd mee ingeslagen wordt). Als je er goed mee leert omgaan, dan kan het een diepe en positieve kracht ten leven worden. Voorwaarde is dan wel dat alle positieve vormen van religie over en weer worden gewaardeerd: binnen een gezond-kritische, maar respectvolle dialoog (wat dat betreft heeft menige gelovige nog dubbel wat te leren: enerzijds van zijn en andermans tradities en gebruiken, anderzijds het inoefenen van dialogisch vermogen).

Ten tweede is het een illusie omdat er zonder godsdienst (stel dat dat mogelijk zou zijn) nog steeds geweld zal zijn. Agressie zit in het evolutionaire beestje dat wij mens noemen. De beschaving is soms slechts een dun vernislaagje, daarvoor hoef je niet naar Vietnam-soldaten te kijken, dat zie je dagelijks op de digitale media. Misschien nog dieper dan religie zit er het streven naar macht in de mens. En bij macht ligt machtsmisbruik altijd op de loer, bij gelovigen en ongelovigen. Laten we onszelf eerlijk in de ogen kijken en diep in ons hart kijken: hoe staat het met ons innerlijk en met ons gedrag? Het is beter om onze innerlijke, soms niet zo mooie, strevingen onder ogen te zien dan ze te ontkennen. 

Sinds de ontdekking van de psychologie weten we immers dat alles wat we ontkennen in onszelf, dat we dat projecteren naar buiten, op anderen. Op anderen die we daarmee tot zondebok maken. Dit mechanisme is al duizenden jaren oud, maar helaas springlevend. Jezus zei het ook: ‘Wel de splinter zien in het oog van de ander, maar niet de balk in je eigen oog’. 

Besluit
Laten we leren van elkaar, ook als dat moeite kost. Ook als dat tijd kost. We hebben elkaar harder dan ooit nodig. Want mens worden doen we alleen in samen mens worden. Niet alleen binnen je eigen groepje of clubje (hoe mooi en belangrijk dat óók is). Mensen zijn ten diepste gericht op het buiten, op de ander, extatische wezens, op zoek naar meer. Laten we dat meer bij elkaar zoeken, met vallen en opstaan, keer op keer. 

Het vertrouwen dat uit dit – soms armzalig – pogen spreekt zal vrucht dragen en de jeugd inspireren. De jeugd heeft dat vertrouwen bitterhard nodig (Erik Erikson en Lea Dasberg). De vraag is of wij de jeugd, katholiek, moslim, protestant, niet-gelovig, alternatief-spiritueel en noem maar op, of wij die jeugd iets wezenlijks en ware extase te bieden hebben in deze wereld die beheerst lijkt te worden door commercie, oppervlakkig genot en gevoelens van zinloosheid (zo komt (coma-)zuipen gruwelijk veel voor: ‘Je wilt toch wat?!’).

Zo niet, dan hebben de doemdenkers en haatzaaiers een vruchtbare voedingsbodem…

Artikelen uit de scholen

Plaats zelf een artikel!
Wil jij jouw verhaal delen met collega’s? Heb je een tip of wil je je mening kwijt? OMO biedt jou graag een platform. Hier kun je je artikel plaatsen. Ook kunnen collega’s op jouw artikel reageren.
Bekijk alle 154 bijdragen

Artikel plaatsen Waarom een artikel plaatsen?

0 reactie(s)

Plaats je reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.