Deze website maakt gebruik van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Actueel

Persberichten en nieuws van en over de vereniging vind je hier. Zelf een bericht delen met je collega’s? Ook dat kan.

« Terug naar zoekresultaten

Workshop: moeilijke leerling?

8 maart 2022 | Bill Banning | 0 reactie(s) Artikelen uit de scholen | Scholen

Workshop op het d’Oultremontcollege


Een moeilijke leerling of een leerling die het moeilijk heeft?

Wie herkent het niet? Een moeilijke leerling in je klas. Een leerling die niet luistert, zich niets aantrekt van wat je zegt. Hoe frustrerend is het om dan in de docentenkamer te horen dat je collega geen of nauwelijks moeite heeft met deze leerling? Dit herkenbare verschijnsel kan van alles te maken hebben met je eigen op- en instelling als docent ten opzichte van de betreffende leerling(en).  Kern van de moraal van dit verhaal is dat wanneer je in een dergelijke frustrerende situatie de hand in eigen boezem weet te steken en zelf stappen onderneemt, de uitkomst weleens onverwacht heel anders en veel positiever kan zijn.

Afgelopen najaar heeft Ingrid Rossen – in samenwerking met Bill Banning – tijdens een studiemiddag op het d’Oultremontcollege een presentatie over de ‘moeilijke’ leerling gegeven. Met als kernvraag: is die leerling nou per definitie zo moeilijk of is het een leerling die het moeilijk heeft en die ons begrip en onze ondersteuning verdient?

Het doel van de drie workshops was het volgende. Docenten bewust maken van de vaak onbewuste processen die een rol (kunnen) spelen bij de interactie tussen leraar en leerling.

Tijdens de workshop werd ingegaan op de leefwereld van de puber en is er op een andere manier gekeken naar moeilijke leerlingen.

  • Waarom is voor de ene docent een leerling moeilijk en kan de andere met hem of haar makkelijk door een deur?
  • Waar ligt dit aan?
  • Wat kan je als docent betekenen voor de moeilijke leerling?

Een samenvatting

Puberteit

De puberteit is een periode van jezelf afzetten. De puber moet zich afzetten tegen alles wat in de kindertijd zijn wereld was, omdat hij zijn eigen wereld begint te creëren. Zijn waarheden moeten de kans krijgen om zich te ontwikkelen en zich te manifesteren. Hij moet de verantwoordelijkheid voor zijn leven gaan oppakken en dat kan niet als hij nog vastzit aan zijn omgeving. Afzetten dus! 

De puber ziet in korte tijd heel veel op zich afkomen. 
De grote idealen dienen zich aan. Het wereldbeeld verandert. 
Ook praktische zaken dienen zich aan. Schoolkeuze, bijbaantje, hobby’s. Er wordt er veel nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid voor de daden van de puber, die hier lang niet altijd klaar voor is.
De puber krijgt het gevoel dat er te veel van hem verlangd wordt en dat hij dat niet kan waar maken.

Gevolg? Hij keurt zichzelf af.

Door de toename van verantwoordelijkheid krijgt de puber zicht op zijn karakter. Daar zitten heel wat karaktertrekjes bij waar hij niet blij mee is.

Deze afkeuring van zichzelf projecteert het kind op de ouders en omgeving. Beste docenten, sta daar bij stil a.u.b. Hij keurt niet per se de ouder of de docent af, maar vooral zichzelf. Eigenlijk heel tragisch. Vooral wanneer de opvoeder / de docent in deze valkuil trapt. Want juist waar een dergelijke jongere ondersteuning en bemoediging nodig heeft, zou deze dan het tegendeel krijgen en zo nog verder zakken in de put.

Docenten (en leidinggevenden en oop) kunnen jonge mensen op school in deze fase juist goed ondersteunen door de volgende zaken:

  • Het geven van vooral positieve feedback. En als er een kritisch puntje is, probeer dat dan altijd op een opbouwende manier te doen.
  • Leerlingen altijd respectvol en gelijkwaardig te benaderen. Leerlingen zijn dan wel niet altijd gelijkvaardig (erken ook dat zij soms vaardiger zijn dan jezelf, dat doet wonderen), maar wel altijd gelijkwaardig.
  • Benader de leerling als een individu, als zijn of haar eigen persoon. En niet als een onderdeel van. Zeg nooit: ‘Oh, ik ken je zus / broer al’ (met een cynische ondertoon).
  • Zorg voor een goed contact tussen de school en de ouders/verzorgers.
  • Wees altijd positief verwachtingsvol, ondanks eventuele teleurstellingen. Laat jouw vertrouwen groter zijn dan het nog prille en kwetsbare vertrouwen van jonge mensen in de puberteit.

Aandachtspunten in de omgang met pubers binnen het onderwijs

Na wat meer uitleg over de puberteit zijn de onderstaande thema’s besproken.

1) Externe attributie: het ligt altijd aan de ander
Dat vinden we makkelijk, de verantwoording bij de ander leggen. Toch zegt elk oordeel dat we hebben ook iets over onszelf. Hoe zit dat? Wat kunnen we in ons eigen denken en handelen aanpassen waardoor we zelf een constructieve bijdrage aan de wisselwerking met de leerlingen leveren?

Onderwijshoogleraar Luc Stevens gaat ook in op de kwestie van externe attributie wanneer hij suggereert dat de leraar bij tegenvallend gedrag of tegenvallende resultaten “misschien daarom ook wel zoekt” naar labels, namelijk om zich bij voorbaat te vrijwaren van “het maken van fouten; deze worden aan kenmerken van leerlingen toegeschreven”. Ook Geerligs & Van der Veen stellen dat “docenten wel eens geneigd zijn defensief te attribueren om zich tegen onaangename conclusies over zichzelf te beschermen”. Zo schrijven docenten “goede resultaten schrijven ze toe aan hun eigen inzet en kwaliteiten, slechte resultaten daarentegen aan tekorten bij leerlingen (bijvoorbeeld door te stellen dat leerlingen ongeconcentreerd, onzelfstandig of lui zijn) of mankementen in de leeromgeving (te grote klassen, gebrek aan geschikte leermiddelen)”. Al met al geen situatie om trots op te zijn.

2) Overdracht en tegenoverdracht
Wat houdt ‘tegenoverdracht’ in en hoe komt dit tot stand?
Tegenoverdracht kan de docent behoorlijk in de weg zitten, meer begrip hierover kan een hoop ergernis voorkomen. Als een leerling om de een of andere reden negatieve ervaringen uit het verleden op de docent projecteert, dan heet dat overdracht. De betreffende docent is in het geval van overdracht slechts de aanleiding van het probleem, niet de reden. De reden ligt dan in de leerling zelf. Wanneer nu een docent zich toch persoonlijk aangesproken voelt en door deze overdracht misschien negatief getriggerd wordt, dan kan er tegenoverdracht optreden. De docent reageert dan heftig op de leerling en zo kan een hele vervelende vicieuze cirkel ontstaan.

Omgekeerd, als een docent / opvoeder bij overdracht rustig blijft, dan zal dat uiteindelijk heel erg gewaardeerd worden door betreffende leerling. Hij zal zich nu aanvaard weten, terwijl hij juist aan overdracht deed omdat hij-zij ooit niet aanvaard werd (en daardoor dat probleem kreeg). Een dergelijke rustige houding werkt meestal genezend op de lange termijn en herbergt een impliciete pedagogische kracht.

3) Eigen verantwoordelijkheid docent
Wanneer we als docenten daarentegen verantwoordelijkheid nemen voor ons handelen – en als professionals zijn wij altijd de eindverantwoordelijken – dan zal dat vrijwel altijd op de lange termijn een goede invloed uitoefenen op de leerlingen. Geef een eventuele fout van jezelf gewoon ruiterlijk toe of vraag – anoniem – om advies, dan zul je zien dat leerlingen de tot meest coöperatieve en welwillende personen behoren die er zijn. What you give is what you get!

Leerlingen weerspiegelen op een bijzondere manier aspecten van ons eigen innerlijk, hoe raar dat ook moge klinken. Wanneer wij die signalen (en die zijn niet altijd even makkelijk, juist omdat het iets zegt over ons innerlijk) oppakken en daarmee aan de slag gaan, zullen leerlingen zich op diepteniveau zeer gekend en gewaardeerd weten. Bovendien kunnen wij als docenten dan de ervaring van innerlijke en professionele groei opdoen. Pas dan worden we een echte leergemeenschap.

4) Eigen verantwoordelijkheid leerling: zelf maar niet alleen
Help leerlingen bij het dragen van hun eigen verantwoordelijkheid. Klinkt raar, maar er is een verschil tussen ‘zelf doen’ en ‘alleen doen’.  Eigen verantwoordelijkheid houdt uiteraard in dat leerlingen dingen zelf mogen, kunnen en moeten doen. Maar niet per se alleen. Als begeleider in het leer- en ontwikkelingsproces van jonge mensen kun je met een stuk meeleven en meedenken leerlingen echt laten groeien in eigen verantwoordelijkheid.

En hoe mooi is het om kleine of grotere stappen van leerlingen te mogen zien en te waarderen. Positive psychology, wordt ook wel gezegd. Denk aan het voetbalveld, de spelers moeten het zelf doen, maar gelukkig niet alleen. De trainer, moeders, vaders en vrienden langs te lijn leven mee en roepen zo onvermoede krachten wakker. Na afloop kun je dan samen de overwinning vieren: gedeelde vreugd is dubbele vreugd. En mocht het minder goed uitpakken, dan kun je elkaar steunen en zo nodig troosten: gedeeld verdriet is half verdriet (nou ja, niet helemaal waar, maar het verdriet is wanneer het gedeeld wordt wel makkelijke te dragen; en als het niet gedeeld kan worden omdat niemand meeleeft, verdubbelt het verdriet).

Ingrid Rossen en Bill Banning

(voor meer informatie desgewenst: B.Banning@doultremontcollege.nl)

Artikelen uit de scholen

Plaats zelf een artikel!
Wil jij jouw verhaal delen met collega’s? Heb je een tip of wil je je mening kwijt? OMO biedt jou graag een platform. Hier kun je je artikel plaatsen. Ook kunnen collega’s op jouw artikel reageren.
Bekijk alle 307 bijdragen

Artikel plaatsen Waarom een artikel plaatsen?

0 reactie(s)

Plaats je reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.