Deze website maakt gebruik van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Actueel

Persberichten en nieuws van en over de vereniging vind je hier. Zelf een bericht delen met je collega’s? Ook dat kan.

« Terug naar zoekresultaten

Altijd extra bonus-kansen voor leerlingen

2 december 2021 | Bill Banning | 0 reactie(s) Artikelen uit de scholen | Scholen

‘Die leraar vraagt altijd precies wat ik niet geleerd heb’

Misschien hebt u dat vroeger ook wel eens gehad, ikzelf in elk geval maar al te vaak. Heb je redelijk geleerd voor een overhoring of proefwerk (of examen), dan vraagt die docent precies de dingen die je niet of niet zo goed geleerd hebt.

Zelf hield ik daar altijd een wat katterig gevoel aan over: al die dingen die ik wel kende, verspilde energie. Ja, heel wat leraren hebben me fijntjes onder de neus gewreven dat je dat nooit voor niets leert, want je leert voor jezelf en je eigen ontwikkeling.

Kan best wel waar zijn, maar toch baalde ik er altijd van. Herkent u dat?

Dubbele bonus-mogelijkheid verhoogt de inzet

Daarom heb ik – toen ik op 35-jarige leeftijd docent werd – ervoor gekozen om leerlingen bij alle proefwerken en examens voor minimaal 10 % van het punt de volgende mogelijkheden te bieden.

1.  Ze mogen op het einde van het proefwerk – desgewenst – alles noteren wat ze geleerd hebben, maar wat nog niet gevraagd is bij de overhoring. Dit kan nooit fout zijn. De bonus wordt bepaald door enerzijds inzet en anderzijds door het niveau van deze inzet. 

2.  Ze krijgen voor extra goed beantwoorde vragen ook bonuspunten.

Al gauw had ik door dat dat een voltreffer was. De leerlingen die het werk heel goed gemaakt hadden haalden mooi wat punten extra voor hun werk. Maar ook leerlingen die niet veel van de overhoring hadden gebrouwen haalden soms toch nog aardig wat puntjes bij de bonus (zie onder een bijdrage van een leerling).

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er ook wel eens leerlingen bij zijn die helaas nergens wat van gebrouwd hebben. OK, dat is ook een keuze.

Extra motivatie: saamhorigheid, erkenning, waardering en zelfverwerkelijking (Abraham Maslow)

Terug naar de bonus. Het volgende inzicht ontwikkelde ik in de loop der jaren hierbij. Ik merkte dat leerlingen door deze mogelijkheid meer gemotiveerd waren te werken voor mijn vak. En ook ijveriger waren bij het werken tijdens de overhoring. Zou het hierbij alleen gaan om het hogere punt dat ze daarmee kunnen halen? Als dat de enige reden zijn, dan zou ik dat ook al prima vinden.

Maar ik vermoed en weet na 27 jaar wel bijna zeker, dat er meer speelt.

Door de mogelijkheid van de bonus treedt een ander principe in werking dat Abraham Maslow in 1943 met zijn beroemde motivatie-theorie (de piramide van Maslow) beschreven en uitgewerkt heeft.

Hieronder volg ik in mijn argumentatie drie lagen van deze piramide. 

Ten eerste, mensen zijn sociale wezen en willen saamhorigheid ervaren. Dat werkt motiverend. Als een leraar een overhoring (redelijk) snel nakijkt, dan ervaren leerlingen dat als interesse in hun werk en daarmee in hun persoon. En dat versterkt de band tussen leerlingen en leraar: saamhorigheid. Dat geldt ook voor de bespreking van het proefwerk: als dat uitvoerig en diepgaand gedaan wordt op een manier waarop leerlingen daarvan kunnen leren, dan heeft dat ook een motiverend effect.

Ten tweede, leerlingen kunnen via de overhoring op twee manieren hun werk laten zien: in de ‘gewone’ vragen en via de bonus. Ze kunnen zowel laten zien dat ze een bepaalde opdracht extra goed kunnen maken alsook laten zien dat ze meer weten dan wat gevraagd wordt. Als de leraar daar vervolgens oog voor heeft is dat een erkenning van hun werk in de vorm van waardering. Ook versterkt dit natuurlijk de band weer.

Ten derde, mensen streven naar zelfverwerkelijking. Ieder mens wil op zijn of haar manier zijn eigen ding kunnen doen om tot ontplooiing te komen. Nu is school voor nogal wat leerlingen een verplichte zit (ondanks alle ‘preken’). Het is dan fijn om iets van het verplichte stramien achter je te kunnen laten om bij de bonus vrijuit op te kunnen schrijven wat je nog meer in huis hebt. Bijv. je mening geven of een ervaring beschrijven. Wanneer leerlingen weten dat hun leraar / lerares daar oog voor heeft, zal dat er vaak toe leiden dat leerlingen regelmatig pareltjes aan het papier toevertrouwen.

Ook bij andere vakken bonus-opdrachten? Kansen voor burgerschapsvorming!

Kan dat bij wiskunde? Met een heel simpel voorbeeld wil ik dat verduidelijken. Bij wiskunde gaat het niet alleen om rekenen, maar ook op het op elkaar kunnen rekenen. Waarom daarover niet iets laten noteren? Alle docenten hebben toch – ook en juist als vakdocent – bij wet een pedagogische opdracht? Dan krijgt de leerling ook bij specifieke vakken meer de kans zijn of haar eigenheid te laten zien én om de band met de leraar te versterken én dieper erkend en gewaardeerd te worden.

Bij biologie kunnen leerlingen opschrijven waarover ze gebiologeerd zijn. Bij de talen kan alles natuurlijk, want alles is taal. Zelfs een tekening. Bij economie gaat dat helemaal goed, want het gaat om de ECOS, dat oorspronkelijk huis, en vervolgens de bewoonde wereld betekende en nu de hele samenhang aanduidt van de levende kosmos als eco-systeem. Dat laatste lijkt me ook economisch verantwoord.

Eigenlijk gaat het hier om taken die burgerschapsvorming betreffen en die door ieder vak volgens de wet vormgegeven dienen te worden.

Niet in keurslijf kunnen denken

Tenslotte kan het ook zijn dat een leerling de vaste structuur van vragen niet kan oppakken. Terwijl deze leerling wel veel van het onderwerp weet (dat hoeft natuurlijk niet altijd het geval te zijn, het kan ook zijn dat iemand er gewoon niets van af weet, maar dat is een andere kwestie).

Een dergelijke leerling is gebaat bij een open benadering, waarbij hij / zijn vrijelijk zich kan uiten over een bepaald vakgebied waarover de overhoring gaat.

BONUS-opdracht in de praktijk: toch nog een redelijk punt

De onderstaande bijdrage laat zien hoe het kan verkeren. De acht vragen van het proefwerk waren hopeloos gemaakt (bij veel vragen: weet niet, weet niet, weet niet).

Maar dan ineens een dubbele bonus. Met enerzijds negen onderdelen van de leerstof (waarvan deel in de vragen voorkwam) en met anderzijds een mening en ook nog twee verhalen over wat deze leerling mooi vindt.

Met zijn toe- en instemming (‘Ja, dat vind ik prima’) geef ik hier de BONUS weer.

De lezer mag zelf oordelen wat hij / zij het waard vindt.

1. Ik weet dat er een gesloopte sinagoge [ moet zijn: tempel ] is waar nog een muur staat en mensen komen naar die plek toe om briefjes in de muur te stoppen

2. Ik weet dat je met een open perspectief verder in het leven komt omdat je jezelf ermee helpt en anderen ook.

3. Ik weet dat nihilisme iets is wat mensen denken als ze denken dat het bestaan of leven geen nut heeft.

4. Ik weet dat moslims hun handen en voeten reinigen voordat ze tot Allah richting Mekka bidden.

5. Ik weet dat Viktor Frankl vast zat in een concentratiekamp maar toch goed bleef kijken naar de toekomst.

6. Ik weet dat Abraham Maslow nadacht over wat belangrijk is in het leven en waarom het belangrijk is en het in en piramide zette.

7. Ik weet dat Joden een riem met een doosje dragen met  daarin teksten uit het boek van hun geloof.

8. Ik weet dat bidden tot god kan helpen in moeilijke tijden.

9. Ik weet dat een inter-psychische band erg belang kan zijn voor een pasgeboren baby, zo voelt hij zich welkom.

10. Dit is mijn mening over nihilisme: ik snap dat sommige mensen vinden dat het leven geen nut heeft, maar ik denk dat het wel nut kan hebben, want door plastic uit de natuur te halen help je de aarde en het bestaan van de mensheid. En ik denk dat als je vindt dat het leven geen nut heeft dat je wel het leven van andere mensen beter zou kunnen maken.

11. Dit is een verhaal over wat ik mooi vind: ik zelf geloof niet in god, maar ik snap al te goed dat mensen daar wel in geloven. En dat vind ik mooi om te zien. Dat mensen zich niks aantrekken van mensen die zeggen dat god niet bestaat. En dan komt er misschien een dag des oordeels en dan gaan alle mensen die aan hun geloof vasthielden naar de hemel. Ik zeg niet dat God bestaat, maar ik weet het niet zeker. Dus ik weet niet wat er met mij gebeurd op de dag des oordeels.

12. Er is nog iets wat ik mooi vind en dat komt door mijn ouders. We waren op vakantie in Gambia, een piepklein land in Afrika. Maar toen mijn ouders hoorde dat er ieder jaar mensen dood gaan in het regenseizoen omdat er geen geld is voor daken. Toen gingen mijn ouders en ik mee naar de familie Lowe, het gezin van Mustafa, een medewerker in het hotel. Toen we daar aankwamen, leek het niet eens op een huis, het waren ijzeren platen die tegen elkaar aan stonden en daar woonde ze dan met 11 man. Dus besloten mijn ouders geld te doneren en een goed huis en een dak te laten bouwen.

Met veel dank aan betreffende leerling, 

Bill Banning – docent godsdienst-levensbeschouwing

Artikelen uit de scholen

Plaats zelf een artikel!
Wil jij jouw verhaal delen met collega’s? Heb je een tip of wil je je mening kwijt? OMO biedt jou graag een platform. Hier kun je je artikel plaatsen. Ook kunnen collega’s op jouw artikel reageren.
Bekijk alle 308 bijdragen

Artikel plaatsen Waarom een artikel plaatsen?

0 reactie(s)

Plaats je reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.