Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Actueel

Persberichten en nieuws van en over de vereniging vind je hier. Zelf een bericht delen met je collega’s? Ook dat kan.

« Terug naar zoekresultaten

Identiteit en traditie onder druk

9 april 2018 | Bill Banning | 0 reactie(s) Artikelen uit de scholen | Scholen

Hoe komen wij tot een goede verstandhouding met onszelf, met onze tradities en met elkaar?

Leef het verhaal dat je wilt delen, een narratieve benadering

(coreferaat bij de lezing van prof.dr. Emile Schrijver, directeur Joods Historisch Museum)


Geachte heer Schrijver, beste Emile, dank voor uw boeiend referaat. Het deed me goed om als liberaal-katholiek weer eens ondergedompeld te worden in een stuk Joodse geschiedenis en visie.

 

Ik vind het mooi om te horen hoe – ondanks alle ellende die katholieken indertijd de Joden hebben aangedaan middels Inquisitie en vervolgingen – de Portugees-Braziliaans-Amsterdamse Jessurun het toneelstuk Dialogo dos Montes heeft geschreven en laten opvoeren dat mede geïnspireerd is op een Iberisch katholiek spel dat op feestdagen in de kerk gespeeld werd. Een soort ‘spolia Aegyptiorum’ zogezegd in Vulgaat-termen. Deze Jessurun heeft in zijn ijver om de katholiek geïndoctrineerde massa terug te brengen naar het Jodendom wel iets weg van Ignatius van Loyola en zijn paters Jezuïeten die geen enkel middel ongebruikt lieten om protestants geïndoctrineerde afvalligen weer terug te brengen in de school van de moederkerk.

 

Maar terug naar de wezenlijke kwesties. 

Drie punten uit uw referaat spraken me in het bijzonder aan. 

Allereerst hoe de centrale tekst van de Talmoed omgeven wordt door commentaarteksten, waaruit het inzicht spreekt dat een tekst nooit op zichzelf betekenis heeft, maar bediscussieerd, bevraagd, geproblematiseerd en geactualiseerd dient te worden. De visie van het ‘open boek als bewegende en innovatieve traditie’ vind ik dan ook zeer toepasselijk.

 

Ten tweede treffen me de vele vormen van joodse geloofsoverdracht via teksten, onderwijs, kunsten, tradities en gebruiken. Mooi dat hierbij ook fabels een plek vinden.

 

Als derde punt treft het me hoe de Joodse emancipatie sinds eind achttiende eeuw, evenals de katholieke emancipatie van 1853, uiteindelijk geleid heeft tot ontkerkelijking en vervreemding van de religieuze kern. Helaas.

 

Deze drie punten sluiten mijns inziens goed aan bij een van de slotzinnen over de eeuwige zingevingsvragen, die in deze ontkerkelijkte tijden alleen maar heftiger worden. Met Schrijver ben ik het van harte eens dat wij allemaal, joden, christenen, moslims en andersdenkenden voor de opgave staan om op die vragen creatieve antwoorden te bedenken. Het lijkt me wijs, en deze studiedag en uw komst naar Amersfoort getuigt daarvan, om hier van elkaar te leren, en waar mogelijk, samen op te trekken. 

 

Ondanks een helaas een niet zo mooie voorgeschiedenis vanuit de katholieke kerk, staan de joodse en christelijke geloofsgemeenschappen voor gelijkwaardige uitdagingen om überhaupt te overleven met het oog op de toekomst. Of zoals het Tweede Vaticaans Concilie in het document NOSTRA AETATE (1965) schrijft: “Omdat dus Christenen en Joden zo'n groot gemeenschappelijk geestelijk erfgoed hebben, wil deze heilige Synode hen aanmoedigen en op het hart drukken, elkaar beter te leren kennen en meer te leren waarderen, vooral door middel van Bijbelse en theologische studies en door een broederlijke dialoog.”

 

Zelf ben ik niet representatief voor de meeste katholieken van tussen de veertig en zeventig jaar. Wonderlijk genoeg heb ik zelf altijd een fascinatie behouden voor de christelijk-katholieke traditie die later een verruiming en verdieping naar andere godsdiensten en levensbeschouwingen kreeg. Maar ik heb tijdens mijn pastoraat, leraarschap en onderzoek duizenden gesprekken gevoerd met crypto-katholieken, afvallige katholieken, humanistisch-liberale katholieken, jong en oud, om te weten dat katholiek-christelijk geloven in deze tijd niet vanzelfsprekend is.

 

Hier wil ik in drie punten uitwerken wat vanuit mijn visie nodig is om jonge mensen te boeien voor zingeving en in het verlengde daarvan wellicht zelfs voor een gelovige levensvisie en levenswijze. De achtergrond daarvan vormt de narratieve benadering: in en door verhalen komen mensen tot leven. Zoals de Talmoed in en door verhalen tot leven komt.

 

1. Eerlijkheid en moed vereist

Allereerst hebben we opvoeders nodig, in gezinnen, onderwijs, synagogen, kerken en moskeeën die de moed hebben om uit te komen voor hun eigen levensvisie, zowel wat betreft de waarden als de eventuele zinloosheid. Dat vraagt van deze opvoeders een existentiële eerlijkheid en het vermogen daarover te kunnen communiceren. Twee joodse namen schieten me hier te binnen: Erikson en Dasberg.

 

Erik Erikson vluchtte in 1938 voor de nazi’s naar de Verenigde Staten waar hij zijn ontwikkelingspsychologie ontwikkelde. Voor de hier overwegend aanwezige leeftijdsgroepen benadrukte hij het belang van het ontwikkelen van generativiteit tegenover stagnatie (midden dertig tot rond de zestig) en van integriteit tegenover wanhoop (midden vijftig tot de dood). Zo pleit hij er voor dat wij een vertrouwen ontwikkelen die de dood in al haar vormen niet vreest. Kunnen we dat – kijkend in de spiegel – van onszelf zeggen? Een dergelijk diep vertrouwen is zijns inziens het mooiste geschenk aan de jeugd. Deze visie spreekt mij persoonlijk en in mijn professie als leraar sterk aan.

 

Lea Dasberg spreekt in haar boek Pedagogie in de schaduw van het jaar 2000 ook over een dergelijk vertrouwen dat zij hoop noemt: “De pedagoog moet bij zijn invoering van kinderen in de wereld deze wereld niet alleen pedagogisch vertalen, hij moet er zelf in geloven. Hij moet voor zich zelf helder hebben, en dat ook kunnen overdragen, volgens welke waarden […] het hopen op de toekomst gerechtvaardigd is. […] Er bestaat geen andere pedagogie dan de pedagogie van de hoop”.

 

Jonge mensen hebben er recht op te weten hoe wij als volwassenen in het leven staan en hoe wij ons ontwikkeld hebben, inclusief diepte- en hoogtepunten. Anders gezegd, jonge mensen hebben recht op ons verhaal

 

2. Luisteren naar jonge mensen

Eerlijkheid en moed zijn nodig, maar niet voldoende om de jeugd te begeleiden bij hun vaak heftige zingevingsvraagstukken. Onderzoek en mijn eigen leraarschap leren me dat relatief veel jongeren worstelen met zichzelf als Jacob aan de Jabbok. Dat kan op talloze manieren, zo vinden zichzelf soms minderwaardig, lelijk, slecht, onzeker, angstig en of heel boos. Vaak kunnen ze met deze gevoelens niet terecht bij volwassenen of althans, dat denken ze. Dit leidt tot uiteenlopende negatieve gedragingen: uithongeren of zich volproppen, automutilatie, afzondering, enorm veel drinken en pillen, prestatiedwang en noem maar op. In de meer dan 2000 levensvisiewerkstukken die ik de afgelopen vijftien jaar mocht lezen werden me mooie, maar ook intens tragische verhalen toevertrouwd. Door hun verhaal te vertellen groeien zij in hun levensverhaal: dode verhaaleindjes krijgen vaak weer nieuw leven en mooie momenten worden verdiept en vooral dankbaar beleefd.

 

Geloofsoverdracht vind ik binnen dit kader, maar ook theologisch gezien een niet zo handig gekozen term. Geloof draag je niet over, wij zijn God niet. We kunnen hooguit een weg plaveien naar een zelfgekozen geloofshouding en ook dat is ten diepste genade. Maar als we echt in God geloven, luisteren we diepgaand naar onze leerlingen.

Want als God bestaat, leeft en spreekt Hij in de harten van mensen, spreekt Hij in hun wanhoop en angsten, in hun vreugde en hoop. Maar dan moeten er wel mensen zijn die willen luisteren naar hun verhalen.

 

In het over en weer met elkaar spreken en naar elkaar luisteren ligt volgens mij een goddelijke diepte: ‘Waar er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, ben Ik in hun midden’. Daar ervaren mensen die wonderlijke Stem in hun hart: ‘Ik heb het lijden van mijn volk gezien, en ook hun vreugde’. Het is mijn ervaring dat vanuit dit luisteren naar jonge mensen zich wonderen kunnen voltrekken die een Exodus naar het Beloofde Land mogelijk maken. Samengevat, jonge mensen hebben het recht om hun verhaal te mogen doen. En wij mogen hen hermeneutisch recht verlenen en tot authentieke sprekers laten uitgroeien.

 

3. Verantwoord, doordacht en geactualiseerd verhalen vertellen

Eerlijkheid en moed zijn nodig, luisteren naar jonge mensen is nodig, maar dit alles is niet voldoende om de jeugd te begeleiden bij hun zingevingsvraagstukken. Het is ook nodig om in het kielzog van joodse en katholieke Verlichtingsdenkers gelovige verhalen en praktijken zo te interpreteren en vertalen dat de leven gevende krachten weer beschikbaar komen. Dit doet me denken aan de Talmoed die omgeven wordt door commentaarteksten, waarin zij tot leven komt.

 

Mijn ervaring is namelijk dat veel religieuze verhalen en praktijken niet of nauwelijks toegankelijk zijn voor moderne mensen. Het zijn afgestompte verhalen geworden waar geen leven meer uit voortkomt. Een paar voorbeelden:

 

-          Het verhaal van Jonas vindt men op zijn best een aardig verhaal, maar wie kan ermee uit de voeten wanneer zich een crisis aandient?

-          Wie kan uit de voeten met de slang uit Genesis 3 en de verdrijving uit het paradijs?

-          Of het verhaal van Jacob aan de Jabbok die met God aan het vechten slaat, tot het ochtend wordt?

-          Wie ziet iets meer dan hocus pocus in de genezing van de vrouw die al 13 jaar aan bloedvloeiingen leed door het aanraken van het gewaad van Jezus?

-          En zo kan ik doorgaan over de doop met water, de biecht, over oude wierookrituelen van linksom en rechtsom zwaaien.

 

Doordat de moderne mens nauwelijks toegang meer heeft tot de grote mensheidsverhalen blijft hij verweesd en oppervlakkig achter, overgeleverd aan de machten van het verhaal van onze kapitalistische samenleving. O.a. Bijbelverhalen kunnen jonge mensen een dieper inzicht in hun eigen en andermans ontwikkelingen bieden: nieuwe verhalen komen op gang.

 

Het is hier niet de plaats om op al die verhalen in te gaan, maar ik kan u garanderen dat veel leerlingen geboeid luisteren wanneer deze verhalen en rituelen ontsloten worden, van groep 1-2 tot bovenbouw vmbo-havo-vwo. Sterker nog, ik denk dat er een enorm vacuüm bij jonge mensen bestaat dat schreeuwt om zingevingsverhalen die voor hen toegankelijk zijn. Oud-leerlingen laten me soms tot meer dan 10, 20 jaar later weten dat ze geïnspireerd zijn geraakt door mijn verhalen en de bespreking daarvan. Evenals de joodse traditie maak ik graag gebruik van verschillende soorten teksten en bespreken. Zo wissel ik discussie graag af met een fabel of een sprookje of laat ik leerlingen bibliodrama doen door het verhaal na te spelen of te actualiseren.

 

Eén voorbeeld wil ik geven en wel over het sacrament van de ziekenzalving. Hier schiet een zakelijke uitleg hopeloos tekort. Liever vertel ik over mijn belevenissen aan het sterfbed of vertelt een leerling over een gelijksoortige ervaring. Muisstil wordt het dan. Bij dat soort ontroerende verhalen vatten leerlingen als vanzelf de diepere betekenis. Wanneer jongeren zo meeleven en tot verstaan komen, vermindert de mentale afstand met andersgelovige leerlingen. Zo vertelde een jonge moslim me ooit: ‘Jammer dat wij geen dergelijke rituelen hebben, meneer’. Daarop heb ik hem gerustgesteld door het waardevolle karakter van het islamitische gebed bij de stervenden te onderstrepen. Toch een illustratie van de kansen op levensbeschouwelijke dialoog in het veelkleurige onderwijslandschap.

 

Voor deze religieuze ‘meerstemmigheid’, conceptueel helder verwoord door Belgische priester-hoogleraar Antoon Vergote, dienen wij meer open te staan. Daarmee bevorderen we het samenleven op school, met respect voor de oneindig creatieve schepping Gods. Indien we geloven dat alle mensen naar het beeld van die Oneindige geschapen zijn, waarderen we ook de grenzeloze diversiteit – ook in religieuze zin – van onze mensengemeenschap.

 

Graag sluit ik me dan ook aan bij het pleidooi van Hans Vuijsje en Emile Schrijver, maar dan voor alle jongeren, gelovig en ongelovig:

 

‘We moeten blijven investeren in nieuwe, nieuwsgierig makende onderwijstools en spelmateriaal dat wij kunnen aanbieden aan een brede groep kinderen […]. Zij vormen de basis voor de toekomst van […] Nederland!’

 

Besluit

We hebben dus eerlijkheid en moed nodig, evenals het luisteren naar jonge mensen. Maar ook moeten we het vermogen ontwikkelen om oude tradities te ont-stollen om de leven gevende kracht die zich in de loop van de geschiedenis zo vaak geopenbaard heeft ook in onze tijd toegankelijk te maken. Willen we als samenleving de naam samenleving waard blijven, dan moeten we zowel onze eigen tradities beter leren begrijpen alsook die van anderen. Over en weer kunnen we dan tot een gedeelde betekenisgeving komen. Daar is de moed voor nodig om inclusiever te worden.

 

De inclusieve en narratieve benadering wil ik graag uitbeelden. Uitgangspunt hierbij is de vraag hoe we tot een goed verstaan van elkaar komen, hoe we tot een goede ‘verstand-houding’ komen met alle verschillen die er zijn. Verstaan komt van vér-staan. Ieder mens denkt, voelt en handelt noodzakelijkerwijs vanuit zijn eigen standpunt: standplaats-gebondenheid. Maar je kunt met één been op je standpunt blijven staan en je met je andere been uitstrekken naar de ander. Om het verhaal van die ander te verstaan met alle inlevingsvermogen dat in je is. Soms vraagt dat een pijnlijke mentale spagaat, zo groot kan de afstand zijn. Maar wie oprecht tot ex-tase (ecstasis, έκσταση) komt, zal vrijwel altijd merken dat die ander zich opent en de beweging terug maakt en zich zal willen inleven in jouw verhaal: “En hoe denk jij hierover?” Dan komt de inclusie op een eerlijke en spontane manier tot stand.

 

Graag spreek ik de wens uit dat deze middag mag bijdragen aan een nog betere verstandhouding tussen joden en christenen, tussen gelovigen en ongelovigen, om zo samen te bouwen aan een gezamenlijk en verdiept verhaal, het nieuw Jeruzalem, de stad van vrede. Dank u.

Dr. Bill W.J.M. Banning

Theoloog en onderwijspedagoog. Werkzaam als leraar d’Oultremontcollege OMO Drunen en als levensbeschouwelijk identiteitsbegeleider katholieke basisscholen LIB / SCALA Heusden.


[1] Zie voor een ander voorbeeld de PDF-bijlage met mijn interpretatie en toepassing van het JONAS-verhaal als beeld van een vruchtbaar doorleven van een crisis en ook als beeld van een existentiële beleving van professionaliteit.

Artikelen uit de scholen

Plaats zelf een artikel!
Wil jij jouw verhaal delen met collega’s? Heb je een tip of wil je je mening kwijt? OMO biedt jou graag een platform. Hier kun je je artikel plaatsen. Ook kunnen collega’s op jouw artikel reageren.
Bekijk alle 208 bijdragen

Artikel plaatsen Waarom een artikel plaatsen?

0 reactie(s)

Plaats je reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.