Gewicht in de schaal, in het belang van het onderwijs
In onze Koersagenda 2025–2030 hebben we bij Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) een aantal fundamentele thema’s en aandachtsgebieden samengebracht. Die koers geeft richting aan hoe wij de komende jaren werken aan de kwaliteit van het onderwijs op onze scholen. Centraal daarin staat een robuust primair proces, ondersteund door randvoorwaarden die het mogelijk maken om het onderwijs elke dag een beetje beter te maken.
In onze visie op leiderschap staan scholen er niet alleen voor. Wij geloven in een voortdurende dialoog: over ontwikkelingen, behoeften en mogelijkheden om elkaar te ondersteunen. Die dialoog voeren we onder andere in koersgesprekken, waarin ruimte is voor verschil, voor vragen en voor gezamenlijk leren en doorontwikkelen. Dat vraagt tijd en energie en die investeren we daar bewust in.
Tegelijkertijd ervaren wij een bredere verantwoordelijkheid. Als vereniging met zeventig scholen, met kennis, ervaring en continuïteit, maken we deel uit van het maatschappelijke middenveld. Die positie is geen vanzelfsprekendheid. Zij brengt met zich mee dat wij ons niet alleen richten op onze eigen organisatie, maar ook een actieve bijdrage leveren aan het grotere geheel waarvan wij deel uitmaken: het onderwijs in Nederland. Dat is voor ons de betekenis van noblesse oblige: wie positie en invloed heeft, kan en mag zich niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid om die in te zetten voor het algemeen belang.
Klein binnen groot
Binnen OMO is de school altijd de centrale plaats en eenheid van handelen. Dáár wordt elke dag opnieuw, met grote betrokkenheid en professionaliteit, het best denkbare onderwijs gegeven aan de leerlingen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. Tegelijkertijd vormt OMO als vereniging een geheel dat meer is dan de som der delen. Samen beschikken we over slagkracht, kennis en mogelijkheden die individuele scholen overstijgen.
De kunst is steeds opnieuw de juiste balans te vinden: voldoende ruimte voor scholen om in hun eigen context optimaal school te zijn én het benutten van de kracht van het collectief. Wanneer we die kracht verstandig inzetten, komt dat direct ten goede aan het primaire proces op iedere school. Zo geven we invulling aan ‘klein binnen groot’: met oog voor de menselijke maat en lokale behoeften, terwijl we tegelijkertijd profiteren van samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke ondersteuning. Synergie ontstaat daarbij niet alleen door efficiënte en effectieve secundaire processen, maar juist ook door het leren van en met elkaar.
Samen verantwoordelijkheid in de sector
Diezelfde balans tussen eigen ruimte en gezamenlijkheid speelt op sectorniveau. OMO is onderdeel van een bredere onderwijssector waarin de maatschappelijke opgaven de afgelopen jaren steeds complexer zijn geworden. Vraagstukken rond personeelstekorten, kansengelijkheid, onderwijskwaliteit en betaalbaarheid laten zich steeds minder oplossen binnen de grenzen van afzonderlijke besturen.
Daarom zien we, net als in andere sectoren, een beweging richting intensievere samenwerking, bijvoorbeeld binnen onderwijsregio’s en andere bovenbestuurlijke verbanden. Die samenwerking biedt kansen om vraagstukken gezamenlijk te doordenken en oplossingen te ontwikkelen die de individuele behoeften overstijgen. Dat is in het belang van het onderwijs als geheel – en daarmee uiteindelijk van alle leerlingen.
Vanuit OMO willen en zullen wij aan die samenwerkingen actief bijdragen. Niet omdat wij denken dat wij de antwoorden in pacht hebben. De complexiteit van de vraagstukken maakt juist dat niemand het alleen weet. Maar de ervaring en expertise binnen onze scholen kunnen wel degelijk van betekenis zijn in het gezamenlijke gesprek. Wanneer wij ons gewicht in de schaal kunnen leggen, doen we dat graag. Niet uit ambitie of profilering, maar vanuit verantwoordelijkheid.
Van intentie naar handelen
Concreet betekent dit dat wij als OMO een actieve rol spelen in landelijke en regionale overlegstructuren. We leveren een inhoudelijke bijdrage binnen de VO-raad en zoeken daar nadrukkelijk het gesprek met collega-besturen en met het nieuwe kabinet over de grote opgaven waar het voortgezet onderwijs voor staat. We brengen ervaringen uit de praktijk in, denken mee over richting en randvoorwaarden en nemen verantwoordelijkheid waar dat kan en nodig is.
Zo willen wij onze positie inzetten ten dienste van het geheel. Want als het onderwijs als sector sterker wordt, profiteren ook onze scholen – en bovenal de leerlingen voor wie we dit allemaal doen. Dat is voor ons noblesse oblige: verantwoordelijkheid nemen, samen, in het belang van het onderwijs.
Ingrid de Bonth
Voorzitter Raad van Bestuur