De kracht van dagelijkse inzet
Wanneer je nieuw begint in een onderwijsorganisatie, denk je misschien dat er eerst een periode van rustig kennismaken volgt. Mijn eerste weken bij Ons Middelbaar Onderwijs laten echter iets heel anders zien. In gesprekken met collega’s en tijdens bezoeken aan scholen merk ik al snel waar het werkelijk om draait: de dagelijkse inzet om leerlingen verder te brengen.
Die toewijding maakt indruk en maakt duidelijk dat goed onderwijs nooit alleen in het klaslokaal ontstaat. Het vraagt om een omgeving die dat onderwijs mogelijk maakt en ondersteunt. Juist daar ligt een belangrijke vraag voor het onderwijs van vandaag.
De druk op onderwijs groeit
Scholen staan onder toenemende druk. Docententekorten, maatschappelijke verwachtingen en politieke discussies over onderwijs maken het werk complexer. Tegelijk willen we dat docenten en schoolleiding zich kunnen richten op wat hun vak zo waardevol maakt: het begeleiden van leerlingen in hun ontwikkeling en hen voorbereiden op een wereld die voortdurend verandert. Dat vraagt om een goed samenspel binnen onderwijsorganisaties. Ook de nieuwe minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Rianne Letschert, benadrukt in haar onderwijsagenda hetzelfde: het versterken van kwaliteit, het vergroten van kansengelijkheid en het verdiepen van samenwerking in het hele onderwijsveld, precies de drie pijlers die dit samenspel richting en stevigheid geven.
Samen bouwen aan het fundament
Het primaire proces, het onderwijs zelf, vormt vanzelfsprekend de kern. Daar gebeurt het: in de ontmoeting tussen docent en leerling. Alles eromheen staat in dienst van de condities waarin dat onderwijs optimaal tot bloei kan komen.
Om goed onderwijs mogelijk te maken, is echter een stevig fundament nodig. In mijn eerdere werk heb ik ervaren hoe krachtig het is wanneer secundaire processen als één geheel functioneren: duidelijk, betrouwbaar en nauw verbonden met de inhoud. Processen zoals personeelsbeleid, ICT en facilitaire organisatie vormen de randvoorwaarden die het onderwijs dragen. Wanneer dat samenspel goed werkt, versterkt het de kwaliteit van het onderwijs. Wanneer het minder goed op elkaar aansluit, kost het juist energie.
Juist daarom is het versterken van het samenspel tussen primair en secundair proces een belangrijke pijler in onze Koersagenda voor de komende jaren. Het doel is een stevig fundament te creëren waarop het primaire proces kan bouwen. Dat betekent:
- hogere en meer consistente kwaliteit door expertise te bundelen;
- een robuustere organisatie die minder kwetsbaar is voor uitval of schaarste;
- heldere en gedeelde standaarden die samenwerking versterken;
- ruimte om middelen en aandacht maximaal richting het onderwijs te laten stromen.
Zo ontstaat een fundament waarop docenten, schoolleiders en teams kunnen bouwen. Wanneer de randvoorwaarden stevig staan, krijgt het onderwijs de ruimte om te excelleren.
Leerlingen centraal
In mijn eerste weken bij OMO is mij vooral de enorme betrokkenheid binnen het onderwijs opgevallen. Docenten, schoolleiders en ondersteunende collega’s werken vanuit een diep gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid voor hun leerlingen.
Wanneer we erin slagen dat vakmanschap te ondersteunen met een sterke en betrouwbare organisatie eromheen, ontstaat er iets waardevols: een onderwijsomgeving waarin het samenspel ertoe leidt dat aandacht, tijd en middelen daar terechtkomen waar ze het verschil maken: Bij de leerlingen en bij hun toekomst.
Youssef Asraoui
Lid Raad van Bestuur